Print deze pagina

Nieuwsarchief

21-07-2012

verslag 7-7-2012 (2)


 In d'Ollerommer van juli 2012 stonden twee verslagen over het evenement 'Ulrum anno 1834' van 7 juli 2012. Hieronder het verslag van Hans van der Heide.
Ingezonden door: ulrum1834

1834 terwijl het leger voorbij marcheert

Om een uur of tien hijsen Hans-Jurgen en ik ons in het veldwachterkostuum. Als je het colbert optilt breekt het zweet je al bijna uit. De broek past goed en is middels een klittenband vrijwel in alle maten te dragen. Daar is over nagedacht. We hebben de pakken aan. Dan de witte sjerp om waaraan de sabel hangt. ’t Is wat voorzichtig lopen in huis want de sabel slaat overal tegenaan. Roelie maakt even een foto.  De pet is ook al zo zwaar maar past mij goed. Bij HansJurgen is ie te ruim. Zei nog: even een krant erin. Maar dat gebeurt niet. Zo tegen half elf gaan we richting Buitenlust. Eerst even bij Hans-Jurgen thuis showen. De kinderen staan eerst wat afwachtend te kijken. Maar na wat schuchter lachen is het ijs gebroken. Wij zijn er klaar voor. HJ loopt veldwachter waardig met de handen op de rug. Ik steek nog een pijp op. Heb me van te voren niet ingelezen of dat in die tijd wel mocht. Ach, een pijp lijkt inmiddels ook al antiek. Toch geen gekke combinatie. Maar onwillekeurig rook ik op een manier alsof ik ondeugend ben.

We komen aan bij het terrein waar we zo graag veel bedrijven zouden zien. Daar staan de rijtuigen klaar voor een rondgang door het dorp. Jaap Tumahad ons gezegd maar op de fiets mee te rijden. We hebben beiden geen fiets uit 1834. Ja, je kunt niet alles hebben. Maar om in veldwachter kostuum op fiets te rijden met 20 versnellingen vonden we toch maar niets. “We lopen er wel achter aan”, zeiden we nog vol goede moed. De zon begon inmiddels al aardig door de dikke stof heen te branden. Ik zeg nog geruststellend tegen HJ, ach zo hard lopen die kleine pony’s toch niet. Het zweten was nog voor de optocht al begonnen. Tob niet het komt anders was ook hier weer van toepassing. Een begeleider van de rijtuigen zei  ook nog dat we  wel mee konden rijden. Nou, dat was niet nodig, we zaten al, en comfortabel op een heerlijk zachte kussen.

Daar gaan we dan. De wielen van het rijtuig maken soms een wat krakend geluid. Ik kijk er argwanend naar, maar de koetsier geeft geen krimp en dus zal het wel goed zijn. Een vreemde gewaarwording als je de vele bekende Ulrumers langs de route ziet staan. Je groet zoals je gewend bent. Het terug groeten gaat wat afwachtend en met een aarzeling. Ze zien niet direct wie je bent. Dat eenmaal doorhebbend, “och dat is Hans ja, och en kiek Hans-Jurgen”.

Het leukste stukje in het rijtuig was het stuk door de Slingerbosje van de Spoorstraat naar de Elensterweg. In galop en een lekker frisse geur. We arriveren via Louten vlakbij de Ned. Hervormde kerk waar we op de soldaten moeten wachten. Het lijkt er wel te sneeuwen, zoveel pluizen komen er van de bomen. Ons zwart pak komt onder de pluizen te zitten. Het zweet gutst inmiddels onder m’n pet weg. Later op de dag hoor ik al iemand zeggen “koppakken lek?” We stappen uit het rijtuig om voorop te lopen. Dan horen we ineens een sirene van, naar later blijkt, de brandweer. Een gaslek bij het huis van Jan Bakker. Ja, dat zou in 1834 niet gebeurd zijn. Stond ook niet in het draaiboek. Even later zien we de brandweer niet meer en zijn mensen van Essent druk bezig het lek te dichten. Allemaal gelukkig goed gegaan.  De soldaten volgen en daarachter de rijtuigen. De weg ruim makend marcheren we bijna gelijk als de soldaten die doorde commandant Henkvander Woude keurig in het gareel lopen en z’n bevelen goed opvolgen. Soms ben ik even uit de pas en probeer met een ongelukkig huppeltje m’n pas te hernemen. Lukt niet goed. Ik kijk naar Hans-Jurgen wiens pet inmiddels tot ver over de oren is gezakt. Ik fluister: pet. We lachen.

Wat een belevenis. Krijg ook nog  spekkedikken of zoiets. Mag wel lekker zijn maar door de warmte smaakte het net naar droog karton, ik smoorde er zowat in.  M’n broek begon ook al af te zakken en het boord van het jasje, behoorlijk hard, drukte m’n keel bijna dicht. Ja, daar loop je dan. Om de haverklap moet je even stilstaan om op de foto gezet te worden. Ja soms wil er een bij je op de foto. “Ja zegt die mevrouw, dit maak je misschien nooit weer mee”. Ze vragen nog net niet om een handtekening. Iedereen vind het prachtig. Het is ook leuk al die mensen in een kostuum. De kracht van zo’n evenement zou behoorlijk stijgen als veel Ulrumers een oud kostuum aantrokken. En je zou hier en daar nog wat oude geveltjes moeten hebben, om de sfeer nog wat meer te benaderen. “Zegt het voort, zegt het voort” roept Fokke Tuma, de dorpsomroeper, z’n keel schor. Hij laat zo nu en dan even weten wat er te doen is. Bij het wagenspel doen de spelers van “Ons Klubke”het ook leuk. Veel enthousiast publiek

We kijken ook even bij het ringsteken, ook prima passend in deze sfeer. Bijna tegen het eind van de middag komt het leger weer in aktie om het publiek bijeen te drijven. Een samenscholingsverbod maakt een eind aan het spektakel. Het orgel stopt, de rondleidingen zijn afgelopen. De kramen kunnen worden opgeruimd. Terwijl de zon nog behoorlijk brand gaan we even naar de stand van de soos. Een lekker koud pilsje. En nog voelt het in mijn kostuum als iets wat ongeoorloofd is. Gauw naar huis en onder de douche. Een prachtige dag met allemaal prachtige mensen. Een prima sfeer.

Bedankt mensen voor jullie inzet.

Hans van der Heide

 



Vorige pagina: Nieuws Volgende pagina: Agenda