Print deze pagina

Veranderingen

De jaren rond 1834 waren een periode waarin nogal wat veranderde. Veel uitvindingen waren voor sommigen een uitdaging, voor anderen maakte het de wereld onduidelijk. Snakte men naar ‘de goeie ouwe tijd’ waarin het leven niet zo gecompliceerd was? Was de afscheiding daar een gevolg van? Of puur een kwestie van geloofsovertuiging? Of een combinatie?  

Een veranderende wereld

Ook anno 2013 leven we in een periode waarin veel dingen veranderen. Wie had 20 jaar geleden gedacht dat we met zoveel gemak ‘geld uit de muur’ zouden halen, mobieltjes de telefoon (en tv, fototoestel, video en computer) zouden vervangen, etc. etc.

Willen we daarom ook nu weer terug naar vroegere tijd? Qua kerk in ieder geval niet, zo lijkt het. De leegloop binnen de kerken is al jarenlang een gegeven. Is geloven uit de tijd?

Wat in nood vaak wel gebeurt is dat de kerken dan weer volstromen. Drijft nood mensen naar de kerk? Was dat voor 1834 ook zo? Er was nood en angst genoeg; de diverse uitvindingen, de verdwenen adel en borgen, uitbuitende hereboeren, oorlog met België, de crisisjaren vanaf ± 1820, mislukkende oogsten, ziektes van mens en dier, het dreigende water etc. etc.

Een veranderde kerk

Maar wat als die kerk dan ook niet meer is wat het was? In 1816 had koning Willem I met het ‘Algemeen Reglement voor het bestuur der Hervormde Kerk’ de Dordtse kerkorde van 1618-1619 aan de kant gezet. Daarnaast waren er 14-grotendeels-niet-kerkelijke-Heren die over de dominee moesten beslissen.

Er zijn verschillende meningen over de aanleiding van de afscheiding, en waarom juist toen, en waarom juist in Ulrum. De één zag en /of ziet het als een stap naar het oude geloof dat De Cock ‘herontdekt’ had. Voor een ander was/is het ontstaan uit onvrede met (vele) dingen. Welke van beide - of een combinatie daarvan - leidde tot een broeihaard? Die volgens Van Weerden overigens overal had kunnen ontploffen (S&K, pag 396; “...bleek dat deze geest niet slechts te Ulrum, doch overal in den lande onder de mensen aanwezig was.”).

Van Weerden stelt (S&K, pag 12) “naast de redenen van godsdienstige aard zijn het vrij zeker ook sociale verhoudingen geweest, die bij de gebeurtenissen rond 1834 een rol hebben gespeeld”. 

We gaan ons er als stichting niet mee bemoeien. U mag uw eigen mening hierover hebben c.q. vormen.      

Achterlijk

Was en/of is de angst voor veranderingen reden om terug te grijpen naar het orthodoxe? Zouden we anno 2013 weer een afscheiding kunnen krijgen? Waarvoor soldaten (of tegenwoordig de M.E.) zouden moeten worden ingezet? En, ook wel interessant, zou dit dan weer in Ulrum kunnen? Als we kijken naar andere geloven, zoals de islam, is een “ruzie” best denkbaar. In 2002 noemde Pim Fortuyn de islam een achterlijk geloof. In 2010 zei PVV-leider Geert Wilders hetzelfde. Op 25 januari 2013 lanceerde Wilders zijn website MoskNee, waarmee hij zijn aanhangers en "verontruste burgers" aanmoedigde de moskeebouw in Nederland tegen te houden. Op de website leiden-islamblog wordt hierop gereageerd dat met zijn moskeeangst Wilders terug is in het verleden.

Teenstra sprak in 1834 over ‘Cocksianen’. Zou hij het in hedendaagse taal ‘een achterlijk geloof’ hebben willen noemen?   

Teenstra

Via internet bemachtigde ik het boek Stads- en dorpskroniek Groningen, Friesland, Drente. In 1859 (deel I) en 1860 (deel II) uitgegeven door onze Marten Douwes Teenstra. In 1974 opnieuw uitgebracht door uitgeverij M.A. van Seijen te Leeuwarden (die voor mij betaalbaar was). Ruim 900 pagina’s omhelst het boek (beide delen), waarbij Teenstra nog aangeeft sommige bijlagen - hoewel al klaar - wegens plaatsgebrek niet heeft kunnen opnemen. De bijlage over Ulrum en Asinga beslaat al 28 pagina’s. Het boek omvat weer veel informatie over de periode rond ons jaar 1834 en ik zal zeer zeker nog enige zaken uit dit boek citeren. 

Binnen ons huidige artikel wil ik de volgende tekst met u delen:

“Ongelukkiglijk mengde de staat zich met de bajonetten niet alleen in zaken van openbaar verzet, maar ook, ná de afscheiding, in het heilige des gewetens, als of ieder niet de volle vrijheid had, om zijne geloofsbegrippen te wijzigen en aan den dag te leggen, en de mensch niet voor den mensch, maar voor God alléén voor zijn geloof verantwoordelijk is. Dwang in zake van geloof en eeredienst is een vergrijp tegen de majesteit der godsdienst en der menschheid, en een blijk van zwakheid der kerk, die zulke middelen te baat neemt.“

Nee maar! Teenstra, die we hebben leren kennen als grootste tegenstander van De Cock,  geeft hier een verwijt naar de Staat (de rechtbank en ook koning Willem I) en de Kerk (klassikaal en provinciaal kerkbestuur). Met hun pogingen De Cock en zijn volgelingen de mond te snoeren ontnamen ze hen de vrijheid van meningsuiting en geloofsuiting.

Nam Teenstra daarmee, 25 jaar na de afscheiding, een andere houding aan naar de ‘Cocksianen’?

Nee. Hij vond hun geloofsbeleving weliswaar niet de zijne, misschien zelfs wel ‘achterlijk’. Maar ondanks zijn felle woorden in zijn ‘voorberigt’ in zijn boek Nederlandse Volksverhalen schreef Teenstra in 1840 daarin ook: “Niet dat wij de afscheidenen hunne zamenkomsten zouden willen storen, veel minder beletten. Neen, elk diene of vereere den Almagtige naar de inspraak van zijn gemoed; die vrijheid verlangen wij, die vrijheid moeten wij ook aan anderen toestaan.”

Teenstra gunde iedereen de vrijheid van zijn geloof. Al nam hij vervolgens geen blad voor de mond om er een mening over te hebben. En bleef hij tot zijn dood cynisch reageren, o.a. met Frans de Fijne in een toneelstuk dat hij in 1862 schreef.

Toerisme

Op een rommelmarkt kocht ik een boekje uit mijn geboortejaar 1966. De ‘Koninklijke Nederlandsche Toeristenbond’ ANWB schreef daarin over Ulrum (onder andere):

“In den landen – en dan nog voornamelijk in streng confessionele kringen – heeft het dorp vooral bekendheid gekregen door de zogenaamde Afscheiding, die op 14 oktober 1834 onder leiding van ds. H.de Cock plaatsgreep en leidde tot de stichting van de Christelijk Gereformeerde Kerk in Nederland. Ds. De Cock van Ulrum was niet alleen een rechtzinnig predikant, hij was ook op en top Groninger, bezield door een onafhankelijke geest, welke hem fel en lijnrecht plaatste tegenover zijn ambtgenoten in den lande en de Kerkerorde der Ned. Hervormde Kerk, die hij beschuldigde van onrechtzinnigheid. De vermaardheid van ds. De Cock is echter geen attractie waarmee een wierdedorp zich naar buiten kan presenteren, om een gezocht oord te worden voor de stedeling, die rust zoekt en natuurlijke schoonheid… “

En ook hier, nee maar! Daarin heeft zich dus toch een verandering voorgedaan.

Met onze evenementen “Ulrum Anno 1834” van 25-9-2010 en 7-7-2012 hebben we toch maar mooi bewezen dat rond de gebeurtenissen van de Afscheiding wel degelijk een toeristische attractie kan worden neergezet!  

Evenement 2014

Daarover gesproken; we hebben een datum geprikt voor het volgende evenement “Ulrum Anno 1834” en wel op 20 september 2014. Zoals eerder aangegeven zullen dan alle eerdere activiteiten worden gebundeld tot één groot evenement. Noteert u alvast de datum.

bronvermelding:

Stads- en dorpskroniek Groningen, Friesland, Drente; M.D. Teenstra [1859/1860]. Nederlandse Volksverhalen; Teenstra [1840]. Spanningen en Konflikten; J.S. van Weerden [1967]. leiden-islamblog.nl. Eigen land met open ogen, editie Groningen; ANWB [1966].

J. Tuma



Vorige pagina: Feestdagen 5 Volgende pagina: Teenstra 4