Print deze pagina

Een veranderende wereld

De wereld van 1834 zag er héél erg anders uit dan die van nu. Kinderen vermaakten zich niet met computers maar met hoepels. Voor zover je als kind al aan spelen toekwam; al snel werd je ingezet om mee te helpen de kost te verdienen. Het zou nog 40 jaar duren totdat met het Kinderwetje van Van Houten [1874] en de Leerplichtwet [1900] een einde aan de kinderarbeid in Nederland kwam.
De Franse revolutie [1789] bracht voor Nederland de Franse tijd [1795-1815]. Er werd o.a. direct een streep gezet door de zogenaamde heerlijke rechten, wat voor Ulrum uiteindelijk in 1809 tot de sloop van de Asingaborg leidde.


Gemeentelijke herindelingen
Vóór de Franse tijd werd bij het bepalen van de gemeentegrenzen in hoofdlijnen uitgegaan van de rechtstoelen. Dit waren de gebieden/dorpen waarin door de borgbewoners in de tijd van de Zeven Verenigde Nederlanden recht werd gesproken. Het huidige De Marne had acht rechtstoelen: Leens, Warfhuizen, Wehe, Zuurdijk, Hornhuizen, Kloosterburen, Wierhuizen, het Kleine Reedschap (de dorpen Vierhuizen en Zoutkamp) en het Grote Reedschap (Ulrum, Niekerk, Vliedorp en De Houw).

In 1798 werden plaatselijke besturen gevormd die een gebied beheerden met ong. 2000 inwoners. (Ulrum en Wehe).

In 1808 werd overgegaan tot  de vorming van gemeenten (Leens, Ulrum en Eenrum).

In 1811 werd de gemeente Ulrum weer gesplitst waarbij Kloosterburen een zelfstandige gemeente werd, de indeling zoals we die tot 1990 hebben gekend.

Na de val van Napoleon riep Willem I zichzelf in 1815 uit tot Koning der Nederlanden. Hij gaf opdrachten tot het aanleggen van nieuwe kanalen, straat- en spoorwegen. Eindigde dit met winst dan was het in zijn voordeel, bij verlies droeg de staat dit. Het maakte hem, volgens Wikipedia, tot de eerste kapitalistische heerser van Europa, die zijn inkomsten enorm vergrootte terwijl het volk verpauperde. De “koopman – koning” maakte in zijn regeringsperiode 1815-1840 de staat praktisch bankroet.

Tiendaagse veldtocht
De Belgische opstand [1830] leverde in 1839 een onafhankelijk België op. Vanuit Groningen trokken 115 studenten te velde in de Tiendaagse veldtocht [1831]. In Duitsland ontstond per 1834 de Zollverein waarmee handel en industrie werden bevorderd.

In de wijde wereld kwam de slavernij ter discussie; het Verenigd Koninkrijk stelde als eerste een verbod op slavernij in [1833], in de Verenigde Staten zou het nog tot 1863 duren tot Abraham Lincoln de slavernij afschafte. Nederland deed het in etappes; in 1859 Nederlands-Indië, in 1863 Suriname en de Nederlandse-Antillen. Multatuli schreef in 1860 zijn roman Max Havelaar over de bedenkelijke morele aspecten van het kolonialisme; het zou een belangrijke rol spelen in het afschaffen van het in 1830 ingevoerd zgn. cultuurstelsel.

Industriële revolutie
Nederland stond in 1834 nog 5 jaren af van haar eerste treinverbinding tussen Amsterdam en Haarlem [1839]. Inmiddels waren stoommachine [1777],  luchtballon [1783] en stoomlocomotief [1824] uitgevonden.

In Groningen experimenteerde Siebrandus Stratingh succesvol met een stoomauto [1834] en in Amerika kwam Samuel Morse met zijn code [1835].

Het zou nog heel wat jaren duren tot de benzineauto [1885], de gloeilamp [1877], het zweefvliegtuig [1891] en het vliegtuig van de gebroeders Wright [1903] het licht zouden zien.

De loopfiets [1817] was nog niet populair. Pas na de uitvinding van Macadam in 1834, een vorm van wegverharding, werd de fiets met pedalen van Pierre Lallement [1866] en daarna de hoge bi [1867] tot een ware rage.

Trekpad
Van fietspaden maar ook van de N361 had men in het Ulrum van 1834 (dus) nog geen benul. De kleiwegen waren vooral in natte winters slecht begaanbaar.
Het vervoer ging hoofdzakelijk per snik, per paard-en-wagen of -rijtuig of gewoon te voet. “Naar de stad” was een Ommelandse reis.

Marne-eiland
Het huidige De Marne was als een eiland omgeven door water. Bij Mensingeweer was een doorwaadbare plek; in 1860 werd de dam vervangen door een brug.

De Ruigezandsterpolder was aangelegd tussen 1794 en 1797, door de twee broers Douwe en Aedsge Teenstra en hun vader Marten Aedges Teenstra. (Klein)zoon Marten Douwes Teenstra, zou in 1834 nog een belangrijke rol spelen in Ulrum.

De Westpolder kwam gereed in 1875. Zowel tijdens de aanleg, in 1874, als direct na de voltooiing, in 1877, werd de polder getroffen door een stormvloed waarbij in totaal 27 mensen omkwamen. In 1825 had een stormvloed nog ruim 800 doden gevergd.

Omstreeks deze jaren en woelige tijden speelt het “Ulrum 1834” zich af.

J. Tuma. 

[informatie afkomstig van Wikipedia.org en uit het straatnamenboek Over wegen in De Marne].



Vorige pagina: Verhalen Volgende pagina: De heren 14