Print deze pagina

Na de Afscheiding 3

In vorige afleveringen zagen we hoe de Afscheiding van 1834, die in Ulrum begon, sporen na liet tot in Amerika en Canada toe. Ook in andere landen zijn sporen aanwezig. In dit en een volgend artikel geven we ook daarvan een overzicht.


Duitsland
Laten we, voor we straks verder gaan met het verre buitenland, eerst zien hoe het in de meer nabijgelegen landen ging. Om te beginnen Duitsland.
Als we sporen zoeken van de Afscheiding in Duitsland moeten we uitkijken naar de naam Evangelisch-altreformierte Kirche (EAK). (Niet te verwarren met Evangelisch-reformierte kirche.) De EAK hebben classes direct over de grens, in Ost-Friesland en het graafschap Bentheim.

Het gaat om een 14-tal kerken met plm. 7000 leden in de deelstaat Niedersachsen. Zij maakten altijd deel uit van het verband der Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN) dat in 2004 opging in de Protestantse kerk in Nederland (PKN). Tegenwoordig is er een samenwerkingsverband van EAK met de PKN.

Sinds eind 19e eeuw vestigden zich veel Nederlanders, met name arbeiders, in het Duitse Ruhrgebied. Onder hen ook de nodige gereformeerden. In Duisburg en Ruhrort werden gemeenten gevormd, die, net als de gereformeerde kerken in Nedersaksen onderdeel waren van de GKN. Ze bieden ook een kerkelijk onderdak aan de schippers van de Rijnvaart.
In de periode van de beide wereldoorlogen vermindert het aantal leden van de gereformeerde kerken in het Ruhrgebied sterk. Tegenwoordig valt de Protestantse gemeente Duisburg – Ruhrort onder de classis Arnhem van de PKN.


Elders in Europa
Ook in het andere buurland van Nederland, België zijn gereformeerde kerken. Ze werden door bemoeienis van Abraham Kuyper (de voorman van de tweede grote orthodoxe uittocht uit de Hervormde Kerk in de 19e eeuw, de Doleantie van 1886) gesticht. In 1894 werd de eerste Gereformeerde kerk van België geïnstitueerd in Brussel. Later volgden andere plaatsen. Rond 1955 waren er al met al ongeveer 2000 gereformeerden in België. Het verband met de moederkerk in Nederland bleef. De kerk van Brussel bijvoorbeeld hoorde tot 1973 bij de classis Dordrecht van de GKN. In 1979 gingen zij op in het protestantse samenwerkingsverband Verenigde Protestantse Kerk in België.
Tot de gereformeerde kerk in Brussel behoorden ook de ‘verstrooide’ gereformeerden in Frankrijk (plm. 200 pers. in 1936). In Parijs was er een gereformeerde kerk tot 1988. Vergelijkbaar met België is er in de loop der jaren een proces van samenwerking van protestantse kerken in Frankrijk tot stand gekomen: de Eglise Reformée Française. In 2013 werd de protestsntse samenwerking in Frankrijk uitgebreid en sindsdien vindt men daar de Église protestante unie de France
Sinds 1974 bestond er in Zwitserland een Nederlandse Evangelische Vereniging die nauwe banden onderhield met de GKN. In 1998 hief de synode van de GKN het Deputaatschap voor de "Geestelijke Verzorging Buitenland" op. Daarmee eindigde het laatste personele contact tussen de NEV en een Nederlands kerkgenootschap.


Latijns-Amerika
Eeuwenlang hebben Suriname en de Nederlandse Antillen deel uitgemaakt van het koninkrijk der Nederlanden. En dus hadden de Nederlandse kerken daar ‘zusterkerken’. In de dertiger jaren van de 20e eeuw kwam er op Curaçao en in Suriname (Paramaribo) een aparte gereformeerde kerk. Dat had te maken met onvrede over de gang van zaken binnen de aloude Verenigde Protstantse Gemeente (VPG) daar, waarbinnen de hervormden – naar de smaak van de gereformeerden – teveel een eigen koers gingen varen. De twee gereformeerde kerken maakten kerk-organisatorisch deel uit van de classis ’s-Gravenhage (!) van de GKN.
Ruim veertig jaar later gingen de VPG en de kerk van de GKN op Curaçao weer samenwerken; in 1984 vond de fusie plaats. De geref. kerk in Paramaribo bleef bestaan (als onderdeel van de classis Den haag). Nu (april 2014) is er sprake van spoedige opheffing van die kerk.


Rond 1900 vestigden zich Nederlandse boeren, waaronder gereformeerden, in Argentinië. Spoedig werden ook daar gereformeerde kerken (en christelijke scholen) gesticht. De gereformeerde moederkerk in Nederland (d.w.z. de toen nog de ongedeelde GKN) stelde daarop een deputaatschap voor Argentinië in. Later kwamen er ook een paar gereformeerde kerkjes in Brazilië. Samen met die van Argentinië vormden zij de classis Buenos Aires (die ondergebracht was bij de Particuliere Synode van Zuid-Holland (zuid). In 1962 ontstonden daaruit twee zelfstandige kerkverbanden: in Argentinië de Iglesias Reformadas en la Argentina en in Brazilië de Igrja Evangelica Reformada do Basil. Tegenwoordig zijn er samenwerkinsverbanden met andere protestantse kerken in die landen.


Indonesië

Toen dit land nog Nederlands-Indië was, bestond daar eerst één protestantse kerk. In navolging van Afscheiding en Doleantie in het moederland werden ook daar gereformeerde kerken gesticht – elf in totaal. Met de dekolonisatie, na de Tweede Wereldoorlog, veranderde de situatie van die kerken vanzelfsprekend ingrijpend. In het nieuwe Indonesië was geen plaas meer voor Nederlandse (Nederlands sprekende) kerken. Ze hielden op te bestaan; als laatste, begin 1962, de gereformeerde kerk van Batavia (Djakarta). Een vijftal ging over in het verband der Gereja Gereja Reformasi di Indonesia (GGRI

In de laatste aflevering van deze serie, in een volgende Ollerommer, komt onder meer Zuid-Afrika aan de orde.


Belangrijkste Bronnen: A.P. Crom e.a. (red), Anderhalve eeuw gereformeerden in stad en land - katern: Buitenlandse kerken (Kampen, 1985) + de internetsites van de genoemde kerken (te vinden via Google).


Peter v.d. Burg



Vorige pagina: Na de Afscheiding 2 Volgende pagina: Hannekemaaijers