Print deze pagina

Koning Willem I

We weten niet beter dan dat Nederland een koninkrijk is. Een land met een koning of koningin. Al bijna 200 jaar! De eerste Nederlandse koning die ons land regeerde was koning Willem I [1772-1843]. Hij regeerde van 1815 tot 1840. Ook in ons jaar 1834 dus.
 
 
Van republiek naar koninkrijk
Vóór 1815 was Nederland heel lang een republiek. De vader van Willem I was stadhouder Willem V; hij was geen koning maar toch de belangrijkste man van Nederland. Als in 1793 de Franse legers de Republiek binnen vallen vlucht de stadhouder met Willem naar Engeland. Napoleon wil héél Europa veroveren en hij heeft succes! Maar niet voor lang. De grote landen komen in actie. Ze vallen samen aan. Napoleon wordt voorgoed verslagen. Het is gedaan met z'n macht en dat van Frankrijk. De overwinnaars willen voorkomen dat Frankrijk ooit nog de baas wordt van Europa. Daarom moet Frankrijk grote en sterke buren krijgen. De overwinnaars besluiten het kleine Nederland en België samen te voegen tot één koninkrijk.
Maar wie moet het land besturen? De stadhouder is er niet meer, die is overleden. Maar zijn zoon nog wel. Aan hem wordt gevraagd of hij de nieuwe koning wil worden. Willem zegt ja en zweert trouw aan de grondwet, die hem als koning veel macht geeft. Hij krijgt het opperbevel over het leger en de vloot. Hij beheert ‘s lands financiën en krijgt zeggenschap over de buitenlandse betrekkingen. Hij mag zelf zijn ministers benoemen, zoals koningen dat in die tijd deden. Koning Willem heeft een bijna absolute macht. Trots schrijft hij zijn zoon: “ik alleen beslis alles”.
Willem I is vastbesloten om van het nieuwe koninkrijk een succes te maken. Maar dat is nog niet zo gemakkelijk. Onder de Franse bezetting was ons land erg verarmd. De handel had jaren lang stil gelegen. Zowel het noorden als het zuiden van zijn rijk zijn erg arm. Koning Willem richt de Nederlandse bank op. Om geld uit te kunnen lenen aan mensen die hun eigen bedrijfje willen beginnen. Ook geeft hij geld uit eigen zak om fabrieken te bouwen. Hij wil dat de mensen in zijn rijk weer handel kunnen drijven met andere landen. Daarom is het nodig dat de spullen snel, gemakkelijk en goedkoop vervoerd kunnen worden. Willem I laat overal in zijn rijk goede wegen aanleggen, kanalen graven en spoorlijnen aanleggen voor een nieuw vervoersmiddel: de stoomtrein [1839].
 
 
Koning-Koopman
Koning Willem weet hoe hij moet handelen en verkopen. Hij krijgt de bijnaam "Koning - Koopman". Door alle vernieuwingen krijgen de Nederlanders het steeds beter. Toch is niet iedereen even blij met de onuitputtelijke werklust van Willem. Er zijn ook volksvertegenwoordigers. Die zitten in de Staten Generaal, deze bestaat uit de Eerste en Tweede Kamer. In de Eerste Kamer zitten de senatoren, vaak van adel. En ze worden benoemd door de koning. De leden van de Tweede Kamer worden gekozen door de Provinciale Staten. Hierin zitten de regenten, vaak Oranjegezinden. Maar koning Willem trekt zich niet zoveel aan van het parlement. Hij neemt zijn besluiten liever zelf als koninklijk besluit. Het zijn geen wetten dus hij kan de Staten Generaal gewoon links laten liggen en de ministers die heeft hij alleen nodig om zijn besluiten uit te laten voeren. Veel ministers zijn ontevreden. Ze voelen zich slechts dienaar van de koning. Maar Willem luistert niet naar hun adviezen. Hij begaat stevige missers in zijn beleid. De werkloosheid stijgt en de armoede in het land neemt toe. Ook steeds meer gewone Nederlanders krijgen moeite met deze koning.
België
In het zuiden van de Nederlanden escaleert de situatie. De onvrede is daar nog groter dan in het noorden. De Belgen hebben maar weinig vertrouwen in de koning. Zij vinden dat hij de Hollanders voortrekt. In Brussel breken rellen uit. De Belgen willen een eigen staat met een eigen koning. En ze vormen al een voorlopige regering. Engeland, de Duitse landen en Frankrijk vinden dat Willem het zuiden van Nederland moet opgeven. Maar de koning is koppig. Hij wil vechten voor zijn koninkrijk. In 1831 trekt een groot Nederlands leger op naar de opstandelingen in het zuiden. De 10-daagse veldtocht. Frankrijk stuurt een leger om de opstandige Belgen te helpen. Daar kan het Nederlandse leger niet tegenop. Willem I verliest de strijd. België wordt een onafhankelijk land, met een eigen koning. Maar koning Willem I weigert dat te accepteren. Dat doet hij pas acht jaar later. In 1839 moet hij België erkennen als onafhankelijke staat. Het Nederlandse volk begrijpt hem dan niet meer. Ze vinden het helemaal raar dat hij wil trouwen met de Belgische gravin. En dat terwijl hij jaren lang ruzie heeft met de Belgen! Willem I moet aftreden, vinden de Nederlanders. In 1840 doet hij afstand van de troon. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Willem II.
 
Wikipedia
Wikipedia vult nog aan:
In Duitsland was hij heerser van het Vorstendom Nassau-Oranje-Fulda van 1803 tot 1806 en van het Vorstendom Nassau-Oranje in het jaar 1806 en van 1813 tot 1815. In 1813 werd hij 'Soeverein Vorst' der Verenigde Nederlanden, en riep zichzelf uit tot koning der Nederlanden en hertog van Luxemburg op 16 maart 1815. In hetzelfde jaar werd Willem I ook de groothertog van Luxemburg.
Wikipedia geeft ook een aantal nuances die een wat negatiever beeld van Willem I neerzetten dan de geschiedenisboeken staan.
Nieuwe kanalen en straatwegen werden in zijn opdracht aangelegd, eindigde dit met winst dan was het in zijn voordeel. Eindigde dit in verlies dan droeg de staat dit … Willem was de eerste kapitalistische heerser van Europa, die met enigszins moderne methoden zijn inkomsten enorm vergrootte terwijl het volk verpauperde. Een derde van de bevolking van Amsterdam leefde van de bijstand. Hij was daarbij zeker niet recht door zee. Zijn vermogen werd in 1815 geschat op 10 miljoen en werd 25 jaar later geschat op 200 miljoen gulden, het twintigvoudige… Maar ook: Willems troons-afstand betekende niet het einde van zijn bemoeienissen met 's Rijks financiën. Hij leende de staat tien miljoen gulden tegen 3% rente om bankroet te voorkomen.  
Ulrum
En wat merkte men in Ulrum van Willem I? In ieder geval dit:  M.D. Teenstra zijn faillissement in 1826 (en van vele boeren met hem) was het gevolg van sinds 1820 gekelderde graanprijzen, veeziektes en overstromingen. In onze huidige crisis verleende in 2008 de staat financiële steun aan o.a. de ING bank. Had de Staat (=Willem I) de crisis van destijds ook moeten/kunnen keren? De neergang van de boeren had ook effect op het inkomen van de arbeider, ambachtsman en winkelier. De oorlog met België van 1831 tot 1839 bracht veel onzekerheid om te worden opgeroepen naar het front als dit weer op zou laaien. En op kerkelijk gebied; het door WillemI opgelegd Algemeen Reglement voor het bestuur der Hervormde Kerk [1816], dat het gezag binnen de kerk in handen van de overheid legde, werd hem door velen niet in dank afgenomen. Willem I vond dat er, binnen de nationale kerk, ruimte moest zijn voor velerlei godsdienstige opvattingen. Hij wilde één kerk en geen gezeur.
Het orthodoxe deel van de bevolking protesteerde. Aan een aan de koning gestuurde brief in de kwestie van schorsing van De Cock alsmede aan de, namens diverse ondertekenaars, door Klaas van der Laan en Simon Sluiter tot 2 maal toe aangeboden verzoekschriften (zie afl. 13) had hij dan ook geen boodschap. Ze werden niet toegelaten; koning Willem I had kennelijk wel wat anders aan zijn hoofd.
JT

 

bron: schooltv.nl; wikipedia.org; Spanningen en Konflikten, J.S. van Weerden. 



Vorige pagina: MD Teenstra 3 Volgende pagina: Feestdagen (1)