Print deze pagina

Feestdagen 5

In zijn boek De Kinderwereld omschrijft Marten Douwes Teenstra de feestdagen van destijds [1853]. We kijken verder wat er sindsdien veranderd is.

Koninkrijk- /Naturalisatiedag (15 december)

Koninkrijksdag is de viering van het tekenen van het koninkrijksstatuut in Nederland. Dit statuut werd op 15 december 1954 getekend door Koningin Juliana. Naturalisatiedag is in Nederland de dag waarop mensen die tot Nederlander genaturaliseerd worden een officiële verklaring ontvangen waaruit blijkt dat ze Nederlander zijn geworden.

Naturalisatiedag wordt jaarlijks op 15 december gehouden en vond in 2005 voor het eerst plaats. Vanaf 2006 was er een wettelijke verplichting voor gemeenten om jaarlijks deze dag te organiseren. Naturalisatiedag moet een feestdag voor nieuwe Nederlanders worden, zo vond de regering. In 2007 werden alle gemeenten verplicht om de Naturalisatiedag op 24 augustus te organiseren.

Omdat deze datum echter midden in de vakantieperiode viel werd in 2008 besloten om de Naturalisatiedag voortaan op 15 december te vieren, de dag waarop ook de Koninkrijksdag valt. Dagen die men in 1834 dus nog niet kende, maar kende u ze anno 2012 wel?

Kerst (25 december)

Kerstboom: Oorspronkelijk was de boom een Germaans vruchtbaarheidssymbool. De kerk moest er niets van hebben, totdat Luther [1483-1546] verklaarde dat de boom verwees naar het paradijs, met de ballen als vruchten en de piek als ster van Bethlehem. Pas tegen het einde van de 19e eeuw werd de kerstboom in de huiskamer gezet.

Kerstkaarten: De in Duitsland geboren drukker Louis Prang begon omstreeks 1875 in de Verenigde Staten met het grootschalig produceren van kerstkaarten. Nu worden alleen in Nederland al miljoenen kaarten verstuurd. Dankzij de pc en de digitale camera maken steeds meer mensen zelf de kerstkaarten. Ook de digitale kerstkaart is een groot succes.

Kerstpakket: Het kerstpakket is een Engelse traditie. De dag na kerst kreeg het personeel op landgoederen en herenboerderijen een vrije dag. Hun bazen moesten zich ‘behelpen’ en de restjes van het kerstdiner eten, terwijl knechten, tuinmannen, butlers en dienstboden op 26 december en masse naar huis gingen. Met een pakket. In de loop van de 19e eeuw was de gewoonte ontstaan per personeel een mand met cadeautjes mee te geven. Zo kwam Boxing Day (letterlijk: dozendag) aan zijn naam. Een eeuw later was het kerstpakket ook in Nederland een traditie geworden.

Boxing Day: Op 19 december 1843 verscheen in Engeland het boek A Christmas Carol van Charles Dickens. Het boek was onmiddellijk een succes met een verkoop van 6000 exemplaren binnen een week. Het boek kwam uit in een periode dat de oude tradities van Kerstmis steeds minder in ere werden gehouden, en nieuwe zoals kerstkaarten hun intrede deden.

Zoals we onder Koppermaandag al aangaven was dat kaartjes schrijven ook in Nederland in opkomst. Teenstra [in 1853]:

Onder de hooge staatsambtenaren zijn de pligtplegingen op nieuwjaarsdag een gedwongene fraaijigheid ... geen wonder dan ook dat deze van lieverlede worden afgeschaft en plaats maken voor het zenden van fraai gelithografiëerde naam of felicitatiekaartjes.

Kerst anno 1834

Hoe kerst in 1834 te Ulrum exact gevierd werd? We zouden moeten constateren dat er nog geen kerstboom in huis stond, er werden nog geen kerstkaarten verstuurd, lekker eten was op nieuwjaarsdag (zie deel 1), cadeaus kreeg je niet met kerst maar met Sinterklaas, er was een kans dat er iemand aan de deur kwam zingen met een rommelpot (“Het begon soms al vóór de kersttijd” schreef Teenstra) maar of dit op de kerstdagen zelf ook is geweest?

Kortom; met kerst was je met/bij je familie en ging je (samen) naar de kerk. En dan hebben we het natuurlijk over de hervormde kerk; meer kerken waren er nog niet in Ulrum.

Dominee Hendrik de Cock ‘vierde’ de kerstdagen van 1834 in de gevangenis.

2e kerstdag

Om nog even weer terug te komen op onze eerdere vraag waarom en sinds wanneer we in Nederland twee Kerst-, Paas- en Pinksterdagen kennen, de volgende aanvulling.

Volgens de site nu.nl (column Anno NU) duurde kerst “vroeger” 4 dagen. In 813 besloot in Mainz de katholieke kerk dat het echte kerstfeest vier dagen moest duren. De 1e kerstdag was vooral een gezellig huiselijk feest. Op 2e kerstdag, ook wel Grote Paardendag genoemd, galoppeerden boeren op hun paarden om die voor de rest van het jaar tegen ziekte te beschermen. Op 3e kerstdag werd de apostel Johannes herdacht. En 4e kerstdag was een echt kinderfeest: kinderen werden een dag de baas. Maar van die vrije dagen werd steeds meer afgesnoept. Eerst verdween de 4e kerstdag en in 1773 schrapte Nederland ook de 3e kerstdag.

Tegenwoordig zijn de overgebleven twee kerstdagen niet alleen kerkelijke feestdagen. In 1964 werden de kerstdagen twee officiële vrije dagen voor alle Nederlanders.

Oudjaarsdag

En dan tenslotte de laatste (feest)dag van het jaar, oud(e)jaarsdag. Teenstra heeft er niet specifiek meer een artikel over, maar uit het artikel over nieuwjaarsdag blijkt dat de tradities ook wel naar andere dagen verschoven, zoals het zingen met de rommelpot.

Wikipedia omschrijft: In Nederland is het traditie om oudejaarsavond met familie en vrienden te vieren. Vaak gebeurt dit in huiselijke kring, waarbij oliebollen en/of appelbeignets en (hartige) hapjes worden gegeten en tevens gedronken wordt. Ook wordt vaak een diner gehouden. De laatste seconden van het jaar worden door velen hardop afgeteld. Veel protestantse kerken houden aan het begin van de avond een kerkdienst, waarin ook de overledenen van het afgelopen jaar herdacht worden. In gereformeerde families wordt voor middernacht psalm 90 gelezen, al is deze traditie aan het verdwijnen.

Tot hoever de tradities terug gaan is niet geheel duidelijk. Dat diner lijkt me niet iets van 1834, althans niet op oudejaarsdag. [Zie het artikel over nieuwjaarsdag.]

De oliebollen en kerkgang zijn wel van 1834. Onder een ander hoofdstuk staat (namelijk): Eeuwenlang aten de Nederlanders oliekoeken. Waarschijnlijk werden de eerste oliebollen in de achttiende eeuw gebakken. In de loop van negentiende eeuw kreeg de bol steeds meer aanhang. In 1868 nam de Van Dale het woord 'oliebol' op. Maar in 1896 werd 'oliekoek' nog als meer gebruikelijke benaming genoemd.

Met betrekking tot de verdwenen traditie van het lezen van psalm 90 verwijst Wikipedia naar een artikel uit Trouw d.d. 31-12-2001 “Wim Kan verdrong psalm 90 en gebed”. Helaas ontbreekt betreffend artikel achter de link.

bronvermelding:

De kinderwereld, M.D. Teenstra [1853]; folder De pret van het kerstpakket; wikipedia.nl.

Namens de stichting Ulrum 1834 wens ik  u allen een gezond en feestelijk 2013.

J. Tuma



Vorige pagina: Feestdagen 4 Volgende pagina: Veranderingen