Print deze pagina

Feestdagen 4

In zijn boek De Kinderwereld omschrijft Marten Douwes Teenstra de feestdagen van destijds [1853]. We kijken verder wat er sindsdien veranderd is.

Gronings Ontzet (28 augustus)

Met Gronings Ontzet wordt gevierd dat de stad Groningen in het rampjaar1672 het beleg door Bernhard [Bommen Berend] van Galen, bisschop van Münster, had doorstaan. Het feest wordt vanaf 1700, na de invoering van de gregoriaanse kalender, op 28 augustus gevierd. Deze dag is sinds die tijd de belangrijkste feestdag voor stad en ommelanden met een groot aantal feestelijkheden, een kermis, een groot vuurwerk en een muziekevenement op de drafbaan. Sinds de opkomst van het houden van dure renpaarden door rijke Groninger boeren in de zeventiende en achttiende eeuw maken paarden een belangrijk onderdeel uit van de festiviteiten. Ook dit feest noemt Teenstra vreemd genoeg niet in zijn boek. 

Prinsjesdag (3e dinsdag in september)

Het woord 'Prinsjesdag' werd al in de 17e en 18e eeuw gebruikt voor de viering van de verjaardagen van de Prinsen van Oranje. De eerste 'Prinsjesdag' in de betekenis waarin wij die nu kennen vond plaats op 2 mei 1814. Hoewel de staatkundige verhoudingen sindsdien sterk veranderd zijn, is het principe van deze dag gelijk gebleven: Prinsjesdag is de dag waarop de koning(in) ten overstaan van het parlement de troonrede uitspreekt. Tot de grondwetsherziening van 1848 was de inhoud van de troonrede officieel een zaak van de koning, na 1848 bepaalden de ministers wat de koning(in) zou zeggen.

Zuidlaardermarkt (3e dinsdag in oktober)

Van deze jaarmarkt wordt al melding gemaakt in officiële documenten van rond het jaar 1200. Vanouds een paardenmarkt, tegenwoordig vooral een dieren- en warenmarkt. Teenstra benoemt de dag niet in zijn boek, maar aangenomen kan worden dat ook in 1834 al menig Ulrummer naar de Zuidlaardermarkt ging. De boeren vooral voor de paarden, de knechten en meiden vooral voor de vrijerij. De in onze aflevering over de kermis beschreven spelen als koekhakken en dobbelen zullen in Zuidlaren anno 1834 ongetwijfeld te zien zijn geweest. Alsmede rijkelijk gebruik van alcohol. En ach, daarin is niet zoveel veranderd met nu.

Dierendag (4 oktober)

Tijdens een internationaal congres van verenigingen voor de bescherming van dieren in 1929 in Wenen werd 4 oktober uitgeroepen tot Werelddierendag. De eerste dierendag was op 4 oktober 1930. In 1834 dus nog onbekend. Dat er met spellen als Kat uit de ton knuppelen ook maar weinig aandacht was voor bescherming van dieren was ons bij aflevering Kinderspelen 2 al gebleken.

Sint Maarten (11 november)

Het feest genoemd naar de bisschop Martinus. Teenstra weet het verhaal te vertellen van de in het jaar 316 te Hongarije geboren Marten, Maarten of Martinus. Kreeg onderwijs in Italië en trad op 16 jarige leeftijd in militaire dienst, werd hoofdman van de ruiterij en trok op een bitterkoude winterdag de stad Amiëns binnen. Daar lag bij de poort een man die niet zoo veel had, dat hij zijne schaamte kon bedekken. Marten nam zijn zwaard, sneed zijn eigen mantel in tweeën en gaf de arme verkleumde man de helft, om zich daarmee enigszins tegen de snerpende kou te dekken. Na de veldtocht bekeerde Martinus zich tot het geloof en werd in 375 bisschop van Tours, Frankrijk. Martinus was de eerste aan wie de Roomse kerk een openlijke verering heeft toegekend. Hij was een zeer eerwaardig geestelijke, alsook zijnde een groot vriend van drink- en smulpartijen, zodat hij dan ook door keizer Maximinus tot schutspatroon van alle drinkebroers verheven werd. De heilige Martinus hield ook ongemeen veel van gebraden ganzen. Eertijds was men gewoon om op 11 november een gans, gevuld met kastanjes, zure appelen, rijst  en krenten, aan het spot te braden, als zijnde de ganzen omstreeks dien tijd slagtbaar vet.

Vroeger, zo schrijft Teenstra, was men ook in de provincie Groningen gewoon op St. Maarten ganzen te eten. De avond werd met het branden van de St. Martensvuren beëindigd. Jongens – dol van vreugde - zochten takkebossen, stromanden en oude vaten bij elkaar. Bij het vreugdevuur werd lustig gedronken en gezongen, gevrijd of gevochten. De vreugdevuren verkeerden dan ook vaak in twistvuren, hebbende het noodlottig gevolg dat de vonken op de stroodaken der huizen vielen en ook daarin brand veroorzaakten, waarom onze voorouders zeiden: “Blusch de vonken voor de vlam, schut de schapen voor den dam”. Menig St. Martenslichtje, in papieren omkleedsels op stokken gedragen en aan kleine kinderen toevertrouwd, wordt dan ook nog wel eens tijdig, ter voorkoming van rampen, uitgeslagen.

Burgemeesters hadden in de 16e en 17e eeuw enorme problemen met de Sint-Maartensvuren. Zulke branden waren levensgevaarlijk in de houten steden. De vuren werden in de 18e eeuw in de ban gedaan.

Het kinderfeest met het lopen van een lichtje bestaat anno 2012 nog steeds bij ons. Ook nu nog loopt men langs de deuren met een liedje voor een kleinigheidje als kleine bedelmonniken. Al is de papieren zak met kaarsje aan een stok van een vlierboom nu vervangen door een lampje op batterij aan een plastic stokje. Herkent u nog wat in het door Teenstra aangehaald Sint Maarten liedje?; Sunter sunter Meerten, koijen droagen steerten, ossen droagen horens, kerken droagen torens, torens droagen klokken, ol wiefkes droagen rokken, dij zitten ien de houken, bakken spekpakkekouken, rook vier, brand vier, wi hebben sunter sunter Meerten hier, al op ’n vledd’ren stokje, ien ein pompieren rokje, veur de deur der rieke man, dij ons wel wat geven kan, zei mien keerske brand nijt lang, geeft mi wat den goa ‘k mien gang. 

St. Nicolaas (5 / 6 december)

Een godvruchtig bisschop te Nola in Italië, aldus Teenstra. Geboren te Patara in Lycië. Hij bloeide omtrent het jaar 343, en was de schutspatroon van de zeelieden, omdat hij stormen kon doen bedaren en de onstuimige zee tot rust brengen.

Hier dacht ik dat Teenstra met Patara toch wel een heel andere versie had dan onze ‘bisschop van Myra’,  maar…  Volgens wikipedia is de informatie die over het leven van Sint-Nicolaas beschikbaar is, waarschijnlijk eerst mondeling overgeleverd en in een later stadium op schrift gesteld. Ze komt uit de verschillende levensverhalen. De belangrijkste Vitae zijn de Vita per Michaelem (de best begrijpelijke) en de Vita per Metaphrasten (de oudste van de twee). Volgens de Vita Compilata, een derde vita, was hij kind van welgestelde, zeer gelovige ouders. In de Vita per Michaelem is de meeste informatie terug te vinden, onder meer de namen van Nicolaas' Lycische ouders zijn er vermeld; ze worden nergens anders aangetroffen. Uit deze bron komt de informatie dat de jonge Nicolaas in 280 in Patara, niet ver van Myra, het tegenwoordige Demre, in Klein-Azië werd geboren. Ook zonder internet wist Teenstra de juiste feiten weer te geven. Het bewijst maar weer eens hoe zorgvuldig ‘onze’ Teenstra te werk ging.

Feitelijk is Sint Nicolaasdag op 6 december, zijn sterfdag. Op 5 december is pakjesavond, bij jong en oud wel bekend.

Het dorp Grou is bekend om de viering van Sint Piter op 21 februari in plaats van Sinterklaas pakjesavond op 5 december.

Teenstra somt een aantal Sinterklaasliedjes op, waarvan de meeste in de loop der tijd toch iets gewijzigd zijn. Onder andere deze: Sint Niklaas kapoentje, leg wat in mijn schoentje, en al wat daar niet inne kan, leg dat dan maar achter an, achter aan het glaasje, dankje sint Niklaasje.

bronvermelding:

De kinderwereld, M.D. Teenstra [1853]; De pret van het kerstpakket; wikipedia.nl;

De volgende keer bekijken we nog de laatste feestdagen van het jaar.

J. Tuma



Vorige pagina: Stemrecht Volgende pagina: Feestdagen 5