Print deze pagina

Feestdagen 3

In zijn boek De Kinderwereld omschrijft Marten Douwes Teenstra de feestdagen van destijds [1853]. We kijken verder wat er sindsdien veranderd is.

Koninginnedag (30 april).

Deze nu nationale feestdag bestond nog niet in 1834. Trouwens, in 1834 had Nederland geen koningin maar een koning (Willem I). In de 19e eeuw was "Waterloodag" jarenlang de nationale feestdag [zie verderop]. Koninginne-dag wordt sinds 1949 gevierd op 30 april, daarvoor op 31 augustus. Om de nationale eenheid te benadrukken werd op 31 augustus 1885 de eerste ‘Prinsessedag’ georganiseerd, de vijfde verjaardag van de toen jonge prinses Wilhelmina. Na de dood van koning Willem III in 1890, werd op haar achttiende verjaardag, 31 augustus 1898, Wilhelmina regerend vorstin en werd Prinsessedag opgevolgd door de viering van ‘Koninginnedag’. Tot en met 1948 werd Koninginnedag op 31 augustus gevierd.

Dodenherdenking/Bevrijdingsdag(4en 5 mei)

Ook deze dagen kende men in 1834 nog niet. Zij bestaan sinds 1945, het einde van de tweede wereldoorlog.

Moeder-/vaderdag (2e zo. mei / 3e zo. juni)

Al gaat volgens Wikipedia het vereren van moeders al terug op de moedercultus in het klassieke Griekenland, in 1834 was het niet een bijzondere dag in Ulrum. Teenstra noemt het niet in zijn boek. In 1908 organiseerde Anna Jarvis de eerste moederdag, vooral om haar moeder te herdenken die in de Amerikaanse burgeroorlog goed werk had verricht. In 1914 werd Mother's Day een Amerikaanse feestdag. In Nederland begon de traditie rond 1925.

Geïnspireerd door Anna Jarvis introduceerde in  1909 Sonora Smart Dodd de vaderdag. De dag werd in 1910 voor het eerst gevierd maar pas officieel in de VS erkend in 1972.

Vaderdag wordt sinds de jaren (19)60 ook in Nederland gevierd.

Hemelvaartsdag (10 dagen voor Pinksteren)

Een dag die 1834 wél als feestdag bestond. Teenstra: Over het algemeen wordt de hemelvaartsdag hier niet zeer plegtig gevierd, eindigende gewoonlijk met drinkgelagen.

In enkele dorpen in onze provincie werden volgens Teenstra kermissen gehouden, in andere dorpen begonnen harddraverijen. Ook activiteiten als pagegaaischieten, aaltrekkerijen, zaklopen en kat uit de ton knuppelen [zie aflevering Kinderspelen 2]  waren populair.

Luilaksfeest (zaterdag voor Pinksteren)

Dit feest was aldus Teenstra in Groningen al geheel in onbruik geraakt. Het werd vooral gevierd in grote steden. Wie op de zaterdagmorgen voor Pinksteren lang sliep werd een grote en schandelijke luiheid toegerekend. In zo’n mooie tijd van het jaar mocht men zich toch niet aan langslapen bezondigen. Die het laatst in zijn winkel of op zijn karrewei kwam, moest op een borrel trakteeren en de straatjongens deden aan de huizen van de nog rustig slapende burgers allerlei schandaal.

Pinksterbloemenfeest (zaterdag v Pinksteren)

Ook al in onbruik geraakt aldus Teenstra. Een traditie waarbij fraaie boeketten werden geschonken, rijk in beeldspraak en waarin het vergeet-mij-niet dan ook niet vergeten werd.

Pinksteren (50 dagen na Pasen )

“Al decennia lang wordt op tweede pinksterdag Vlaggetjesdag gevierd. Dit traditionele visserijfeest wordt voor zover bekend al gevierd vanaf de 16e eeuw.” Dat lezen we op de website pinksteren-zoutkamp.nl. Toch heeft Teenstra, die hemelsbreed op nog geen 3 km afstand van Zoutkamp woonde, het feest niet benoemd. Maar niet alleen dat, ook andere activiteiten op Pinksteren, waar dan ook, heeft hij niet aangestipt. Een vreemde onvolkomenheid van de anders zo precieze en uitvoerige Teenstra.

Van Weerden weet ons wel iets te vertellen over de Pinksterkermis te Zoutkamp rond ons jaar 1834. Hij verwijst naar de enquête van 1828 [zie aflevering Bijgeloof] waarin S.A. Medum zegt: “De vermaken en uitspanningen zijn niet vele, alleenlijk op Pinkster, wanneer het kermis is, dan vermaakt een ieder zich zo goed hij kan en goed vindt, en er wordt dan ook veel geld verteerd. Ook plaatsen ongehuwden dan op een open plein een oude scheepsmast, met twee à drie lange dunne spieren er bovenop, en met zijdtouwen goed vastgemaakt, in het midden met een groene struik, en een dwarslatje, waaraan twee vlesschen en twee pijpen hangen, in den grond. Aan het boveneinde van de bovenste spier wordt een ijzeren ring vastgemaakt, en daardoor een lijntje gehaald, waaraan in de Pinksterdagen een vlag wappert. Deze opgerichte paal draagt bij hen den naam van Meiboom”.

Waterloodag (18 juni)

Volgens wikipedia was Waterloodag in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden de vaderlandse feestdag waarop het einde van de Franse bezetting [1795-1813] werd herdacht. Het bevrijdingsfeest bleef bestaan tot de Duitse aanval op Nederland in 1940 en de Achttiendaagse veldtocht (Belgie, mei 1940).

Op 18 juni 1815 werden tijdens de slag bij Waterloo de legers van Napoleon definitief verslagen. Dit gebeuren werd vanaf 1816 in een aantal landen herdacht. In het jonge koninkrijk van de Nederlanden en België had deze herdenking een nationaal karakter, ook al bestond er geen algemene vrije dag.

Gebruikelijk was om vanaf raadhuis en kerktoren de driekleur uit te steken. Verder bepaalden regionale gebruiken de feestelijkheden. Zo werden in Leeuwarden harddraverijen gehouden. Het hoogtepunt was de uitreiking van de gouden zweep en het gouden oorijzer, beschikbaar gesteld door koning Willem I en zijn opvolgers. 's Avonds was er vuurwerk. Van activiteiten in Ulrum en omgeving, maar ook van de Waterloodag zelf, noemt Teenstra niets in zijn boek! Dat was misschien [wikipedia] omdat Waterloodag in de noordelijke Nederlanden niet sterk onder het volk leefde. “De bevrijding had plaatsgevonden in november 1813, niet in juni 1815”. Toch vreemd om een nationale feestdag te vergeten. Hoe het kan? Wie het weet mag het zeggen.

Sint Jansfeest (24 juni)

Het St. Jans of St. Johannis (de Doper) -feest, dat wegens de Zonnewending ook Midzomer werd genoemd, werd in Rusland en Scandinavië gevierd met het grote vuren, aldus Teenstra. Ook in Bayern was het branden van sogenannten Johannis-feuer, zur zeit der Sonnenwende“ nog algemeen in gebruik. Te Gent werd het branden van de vuren, als een heidens overblijfsel van de verering van Wodan, al in 1570 verboden. In Nederland  kwam het ook in onbruik; want “alle dinck vergaet”. Wikipedia vermeldt anno 2012 alleen nog het feest in de Franse streek Daumazan.

Zomervakantie (juli/augustus)

In onze huidige tijd niet meer weg te denken. Teenstra spreekt er niet over in zijn boek. Weliswaar waren in 1834 de kinderen in de zomermaanden vrij van school, voor de ouders maar ook voor de kinderen was de zomer een periode van werken op het land. Wikipedia: Sinds ongeveer de laatste helft van de 20e eeuw wordt onder vakantie vaak verstaan dat er een reis wordt gemaakt de zogenoemde vakantiereis. Strikt genomen verstaat men onder vakantie een verblijf gedurende een periode van vijf of meer dagen met ten minste vier opeenvolgende overnachtingen niet in de eigen woning doorgebracht voor recreatieve doelen. Het woord vakantie is afgeleid van vacant dat staat voor onbezet of vrij zijn.

Ook wintersport en een weekendje-weg waren in 1834 natuurlijk totaal onbekende begrippen.

Hartjesdag (1e maandag na Maria’s Hemelvaart in de maand augustus)

Teenstra: Eertijds was dit een feestdag voor de vasallen [=gezinsleden] der Hollandsche Graven en vervolgens ook voor de burgers van Haarlem en andere steden. Men ging op hertenjacht en misschien ook op de harten in de bossen en duinen van Haarlem. Een regionaal feest dus en in Ulrum anno 1834 dus niet van toepassing. In 1853 werd aldus Teenstra van het jagen weinig gebruik meer gemaakt. De dag werd vooral door lieden van de mindere klasse gevierd in het Haarlemmerhout met wandelen, rijden en andere vermakelijkheden.

bronvermelding: De kinderwereld, M.D. Teenstra [1853]; Spanningen en Konflikten, J.S. van Weerden [1967]; wikipedia.nl.    JT



Vorige pagina: Feestdagen 2 Volgende pagina: Drankmisbruik