Print deze pagina

Afscheidingen anno 2014


In januari 2014 stond een paginagroot artikel in de plaatselijke krant. Een aantal leden van de voetbalvereniging VVSV’09 wil weer een eigen voetbalclub oprichten. Het eerste wat ik denk; hé, weer een afscheiding in Ulrum.

Voetbal

Maar het zijn niet de Ulrumers die zich willen afscheiden deze keer. VVSV '09 is opgericht in 2009 uit een fusie van de voetbalvereniging U.V.V. '70, Ulrum en SV Zeester, Zoutkamp. Het artikel vermeldt: “Meningsverschillen over de teamverdeling, de toekomst van sportpark Toercamp en het door het bestuur van VVSV’09 gevoerde beleid heeft een groep Zoutkampers doen besluiten om de voetbalvereniging Zeester weer als zelfstandige voetbalvereniging op te richten. De druppel die de emmer deed overlopen om tot deze ingrijpende beslissing te komen was de mededeling op de website van VVSV’09 dat er met ingang van het huidige seizoen, en tegen alle gemaakte afspraken in, alleen nog door F-E en D-junioren in Zoutkamp gevoetbald zou worden zonder dat men daar volgens de initiatiefnemers met de leden over gecommuniceerd heeft.” Uit het artikel blijkt ook dat de ontevredenheid van de Zoutkampers al een aantal jaren sudderde.

Net zoiets dus als de jaren die voorafgingen aan de kerkelijke Afscheiding; al in 1824 weigerde de kerkenraad toen de collatoren een niet-orthodoxe dominee voordroegen ter benoeming (zie). Het was een, voor zover bekend, eerste uiting van een ontevredenheid die waarschijnlijk al ontstaan was vanaf 1809, dus met de afbraak van borg Asinga. Toen was het recht om een dominee te benoemen in handen gekomen van de Heren 14. En met de invoering in 1816 door koning Willem I van het ‘Algemeen Reglement voor het bestuur de Hervormde Kerk’, waardoor het gezag binnen de kerk in handen van de overheid kwam te liggen, was die ontevredenheid alleen maar gegroeid.

Na een ‘weloverwogen’ periode komt men tot het besluit dat men (zich) wil (af)scheiden.

Het krantenartikel sluit af met de conclusie dat alle betrokkenen het over een ding unaniem eens zijn; bij een mogelijke breuk als deze zijn er eigenlijk alleen maar verliezers.

Scheiden doet lijden, zegt het spreekwoord.

Geldt dat ook voor een kerk? Dat mag u zelf invullen. Allereerst heb ik niet de wijsheid om aan te kunnen geven of en wat het juiste geloof is. En ten tweede hebben we nadrukkelijk in onze statuten aangegeven dat we ons als stichting Ulrum 1834 niet gaan bemoeien met die inhoudelijke strijd van wie er gelijk had of heeft. Wij geven u geen mening, maar willen u wel uitnodigen, of prikkelen, om er over na te denken wat de Afscheiding voor de bewoners van ons dorp heeft betekend.

Soldaten

Grappig genoeg heb ik me de afgelopen jaren al eens afgevraagd of ongeregeldheden binnen een voetbalvereniging ook zo hadden kunnen escaleren dat de inzet van 100 soldaten nodig zou zijn. Inzet van een Mobiele Eenheid gedurende enkele uren, ja, dat kennen we, helaas. Maar nog afgezien van het punt dat er in 1834 nog geen voetbalverenigingen waren en een ME peloton in 1834 ook nog niet bestond blijft het anno 2014 een onwaarschijnlijke gedachte dat het leger wordt ingezet bij een ruzie.

Natuurlijk, het maakt verschil of het om een regionale voetbalclub gaat of een nationale kerk, hoeveel mensen er bij betrokken zijn. En het maakt ook uit hoe groot de ruzie is. Feyenoord en Ajax supporters die slaags raken kunnen het nieuws halen. Voor die dag. Niet een half jaar lang. Maar inhoudelijk maakt het niet uit, in wezen gaat het ieder om hetzelfde. Bij een club willen horen, gehoord worden, erkend worden, vrijheid van geloof- en meningsuiting hebben en dat ook als dusdanig kunnen ervaren.

Voor Van Weerden gold in de zestiger jaren in zijn boek Spanningen en Konflikten de centrale vraag rond de Afscheiding: “waarom uberhaupt? waarom juist toen? en waarom juist in Ulrum?”.

Ik wil daar aan toevoegen: “Wat bezielde de overheid om soldaten in te zetten tegen een groep mensen die hún geloof op hún manier wilde belijden? Was de regering zó bang voor rellen? Of wilde Willem I puur zijn zin krijgen om één kerk te maken (en verder geen gezeur). Dat kennen we van landen waar een dictator aan de macht is, ja, maar niet van Nederland. Nu niet, maar anno 1834 toch ook niet.

Atheïstische kerk

Deze week zag ik een documentaire over de Sunday Assembly, een door de stand-up comedians Sanderson Jones en Pippa Hill eind 2012 in Engeland opgerichte officiële 'atheïstische kerk'. Het is een evenement voor niet-religieuze mensen die deel willen uitmaken van een gemeenschap. De slogan van de kerk is: 'Beter leven, elkaar helpen en samen verwonderen'.

In de documentaire liet Jones vallen dat er personen zijn die het niet met hem eens zijn. Die vinden dat je het niet-ergens-in-geloven op een andere manier moet doen.

En ik dacht; dat wordt een afscheiding.

Volgens de website nieuwwij.nl startte in december 2013 in Amsterdam (inderdaad) een variant. “De bijeenkomsten van de Sunday Assembly lijken nog veel meer op een kerk dan wat wij doen. Er wordt bijvoorbeeld gezongen en er wordt een preek gehouden. Hier in Amsterdam zijn we eenvoudigweg op zoek naar het onderlinge gesprek” volgens initiatiefnemer Gerko Tempelman. De eerste versplintering dus.

Van Weerden refereerde al naar de spreuk: Een Nederlander: een theoloog; twee Nederlanders: een kerk; drie Nederlanders: een afscheiding. Wat door Dr. Berkhof was aangevuld met: vier Nederlanders; een hereniging. 

Maar of de mens daar ooit toe in staat is?

Kerstroute

Tijdens de kerstroute van afgelopen december kreeg ik een aantal vragen en opmerkingen. Een persoon vond dat we met “dát”, wijzend op het bord met ons logo, Ulrum niet op een juiste manier op de kaart zetten. Ik vroeg of de optocht met oude rijtuigen niet leuk was; ja dat wel. En de ambachtenmarkten, de soldaten, de figuranten, de snik in de haven, modeshow, kinderspelen, toneel, scholenproject, mernedag; ja dat ook allemaal, maar “dát”, dat niet. Ik geloof dat ik de persoon in kwestie niet duidelijk heb kunnen maken dat onze Stichting Ulrum 1834 de organisator is van genoemde activiteiten (samen met anderen, even voor alle duidelijkheid). En als met “dát” een verheerlijking van de Afscheiding wordt bedoeld, nee, dat doen en willen wij niet. Maar mogen we niet het verhaal vertellen wat er in Ulrum plaats vond? Dat zou hetzelfde zijn als op school maar niet meer vertellen dat er oorlog is geweest. Zwarte pagina’s horen ook in het geschiedenisboek. De kunst is het objectief weer te geven. Dat proberen we al ruim 5 jaar.

Een ander persoon vroeg zich af of we als Stichting Ulrum 1834 niet beter konden fuseren met Dorpsbelangen Ulrum. Ik heb toen gereageerd dat onder de vlag van dorpsbelangen al diverse werkgroepen opereren. In ons geval heeft DBU destijds aangegeven dat het wenselijk was dat we de organisatie van ons evenement in een aparte stichting zouden onderbrengen. Ook andere organisaties kunnen prima zelfstandig bestaan. De halve marathon, het truckersfestival, de jaarlijkse rommelmarkt, noem maar op.

Muziekvereniging en sportvereniging(en) vallen ook niet onder Dorpsbelangen. Wat zou de meerwaarde moeten zijn?

Het zou misschien zelfs een probleem kunnen worden: als je het niet met elkaar eens bent, zou er wel eens een afscheiding van kunnen komen.

 

bronvermelding:

Ommelander courant; nos.nl; nieuwwij.nl; Spanningen en Konflikten (JS van Weerden).

 

J. Tuma



Vorige pagina: Veranderingen 2 Volgende pagina: Na de Afscheiding 1